Angst is een normaal verschijnsel in de ontwikkeling van kinderen, van babytijd tot volwassenheid. Angst is aangeboren en beschermt kinderen tegen allerlei gevaren en draagt bij aan hun overleving. Het niet of te weinig ontwikkelen van dergelijke angsten kan een teken zijn van een problematische of vertraagde ontwikkeling van het kind. Echter wanneer de angsten heviger, frequenter zijn en meer gebieden betreffen dan bij de meeste kinderen, en wanneer de angsten het dagelijks leven beïnvloeden, kan er sprake zijn van een angststoornis.
Angststoornissen kunnen leiden tot allerlei andere problemen, zoals schooluitval, depressie en alcoholmisbruik, gedragsproblemen, en problemen in het gezin.
Gelukkig is er aan angststoornissen iets te doen. Vooral Cognitieve Gedragstherapie blijkt uit internationaal onderzoek een zeer effectieve behandeling voor kinderen. Dit kan zowel individueel als in groepsvorm.
Onlangs is in Nederland het kortdurende cognitief-gedragstherapeutische protocol Denken + Doen = Durven onderzocht bij kinderen van 8 tot 18 jaar die vanwege ernstige angststoornissen bij een RIAGG of andere GGZ instelling waren aangemeld. Kort omschreven zijn de belangrijkste resultaten uit het onderzoek:
  • Het protocol bleek zeer effectief: 68 % van de kinderen was vrij van alle angststoornissen een jaar na afloop van het protocol.
  • De kwaliteit van leven van de kinderen en hun gezin nam aanmerkelijk toe.
  • Niet alleen de angstsymptomen van de kinderen, maar ook die van de ouders namen af.
  • Deze resultaten zijn nog beter dan in vergelijkbare vormen van CGT die internationaal zijn.

Het protocol Denken + Doen = Durven, zoals beschreven in het voor therapeuten bedoelde boek "Behandeling van angststoornissen bij kinderen en adolescenten”, en in de werkboeken "Denken + Doen = Durven” voor ouders en voor kinderen bestaat uit 12 sessies van een uur met het kind en hiervan drie met ouders erbij. Daarnaast worden ouders driemaal apart gezien (u dient hiervoor ook zelf een verwijzing bij de huisarts te halen).
Kinderen leren de negatieve gedachten die hun angst versterken identificeren, uitdagen, en vervangen door helpende gedachten. Voorbeelden van angstversterkende gedachten zijn "ik haal het nooit”, "niemand vindt mij aardig”, "ik zal mijn ouders verliezen”, "ik zal mijzelf voor schut zetten”, etc.
Daarnaast leren kinderen de situaties die zij zijn gaan vermijden vanwege hun angst stap voor stap weer te doen, we noemen dit "exposure”.
Ouders leren hoe zij hun kind kunnen aanmoedigen en belonen bij het overwinnen van angsten. Ook leren ouders elkaar te steunen bij de aanpak van de angsten van hun kind. Aan eigen angsten en zorgen van ouders die de vooruitgang van hun kind kunnen belemmeren wordt ook gewerkt.